Scheve verhoudingen - dood en leven

Het blijft een lastig iets, ‘de dood’ als onderdeel van het leven zien. We krijgen er állemaal mee te maken. Cliché maar waar. Maar waarom blijft het een zó moeilijk, beladen en zwaar onderwerp? Omdat de verhouding helemaal scheef is…

Stel je leeft 60 jaar, hoeveel tijd ben je in die 60 jaar gemiddeld bezig met de dood?

Het antwoord zal natuurlijk voor iedereen verschillend zijn maar dat de verhouding scheef is moge duidelijk zijn. Daarom pleit ik voor intensieve begeleiding voorafgaand aan de dood, tijdens het leven, tijdens een laatste levensfase of tijdens het afscheid nemen van een dierbare….het zou een ‘recht’ moeten zijn voor iedereen die hiermee te maken heeft. 

Ik ben net terug uit Italië en ga voor een begeleidingsgesprek naar een gezin een half uurtje rijden van me vandaan. Als ik wil aanbellen trekt er een wolkbreuk over ons heen. “Symbolisch” schiet door mijn hoofd. Dit gezin gaat ‘de vader’ verliezen, een veel te jonge, tot voor kort dynamische en vitale man die ‘betrokkenheid met anderen’ als zijn levensmissie heeft. Naar eigen zeggen ‘pech’ heeft dat dit lot hem treft maar niet mag klagen omdat hij een prachtig leven, vol met waardevolle verbindingen mocht leven.

Ik kijk ‘de dood in de ogen’ als ik hem een warme handdruk geef als ik binnenkom. 

“Moet ik hierbij zijn?” vraagt hij waarop ik “niets moet, jij mag het zeggen” antwoord en met zijn hartelijke vrouw naar de keukentafel loop waar twee jongvolwassenen me vragend aankijken. Het is ook niet niets als er een ‘uitvaartmevrouw’ (brrr het woord alleen al) binnenkomt. Maar het valt ze mee kennelijk want ze geven me voorzichtig lachend een hand.

Ik maak kennis met zoon en dochter nadat ik eerder hun ouders bij mij in Boekelo aan de keukentafel ontmoette. Om te zien ‘of ik degene was die ze zochten’ en na een eerlijk, open en vooral warm gesprek gaven ze aan dat ‘ik het was’. Nu zit ik bij dit warme en liefdevolle gezin aan tafel. Ik mag hen begeleiden bij het ‘goed afscheid nemen’. Hoe doe je dat in Godsnaam? Ik ga ze erbij helpen. Af en toe schuift hij erbij, meeste tijd zit hij in een kamer naast ons Tour de France te kijken. “Dit zal ik nooit meer zien” zegt hij als hij even kort aanschuift. Het raakt hem zichtbaar.

We bespreken veel, het leven, de dood, het proces en vooral de pijn …het verschil in pijn om het leven te moeten loslaten of je geliefde man en vader, allebei tot op het bot pijnlijk en verscheurend maar ook zo totaal anders. Ik luister, luister en luister en noteer veel in mijn hoofd en voel mee om te ontdekken hoe zij dit laatste stukje leven met elkaar en hun kinderen willen en kunnen delen. Hoe ik ze daarbij zo goed mogelijk kan helpen.

Fijn dat ik ook dit gezin mag begeleiden op dit scheve pad richting een bestemming waar niemand naartoe wil…de dood. Ik kan die eindbestemming niet veranderen, het verdriet niet minder maken maar de beleving van dit laatste waardevol stukje leven samen wel ‘zachter’ maken. De rouw iets minder rauw …

Om daarna samen met elkaar een mooie afscheidsdag te organiseren. 

En die komt er, zonder twijfel.