Ik ga dood en nu 2
“Ik ga dood, en nu?”

Kiezen voor ‘niet behandelen’? Kiezen voor ‘kwaliteit van leven’?

Caya is een levenslustige, vrolijke alleenstaande vijftiger met volwassen betrokken kinderen en geweldige, nog hele jonge kleinkinderen. Caya is een trotse ‘super oma’ die middenin het leven staat, daar enorm van geniet en nu ongewild afscheid moet nemen van al dat moois. Hoe dan? Hoe neem je in Godsnaam afscheid van zoveel liefs om je heen?

In de periode tussen nu en haar overlijden begeleid ik dit gezin in het proces van ‘goed afscheid nemen’. Dat is onder andere de invulling van ‘&Zorg’ in mijn naam. Caya heeft mij uitdrukkelijk gevraagd om dat te delen, ook in de sociale media.

Waarom?
Omdat het “mooi is voor de kinderen later” én…”omdat iedereen moet weten dat het dus mogelijk is om je als gezin te laten begeleiden in deze bizarre én bijzondere periode”… antwoord Caya als ik het haar vraag.

Lees nu schrijfsel 2 TIJD VAN MIJN LEVEN

_________________________________________________________________________

Schrijfsel 2 – OKTOBER 2019

Inmiddels zijn we alweer een paar maanden verder, Caya heeft de ‘tijd van haar leven’ letterlijk want het is zicht- en voelbaar achteruit gegaan. Maar zelf denkt ze bij iedere ‘stap terug’ dat het wel weer ‘over zal gaan’. Ze weet wel…ze voelt wel….maar ze wil NIET. Natuurlijk niet, wie wil er nou dood?

We hebben bijzondere maanden achter de rug, ik schrijf ‘we’ omdat we samen intensieven en indrukwekkende momenten hebben doorleefd. En die waren niet alleen maar moeilijk, ze waren ook mooi, gezellig, warm en inspirerend.

Zo maakten we samen met Sandra Wams een prachtige ‘levensfilm’ over Caya. We portretteerden haar vertellend over haar jeugd, vertellend over haar leven, over de geboorten van haar kinderen en kleinkinderen en de betekenis die dat allemaal gaf aan haar leven. Als ‘dynamische’ herinnering voor als ze er straks niet meer is. Zodat ze er nog bij zal zijn…als haar kinderen, 30, 40 of 50 jaar gaan worden, als haar kleinkinderen gaan lopen, voor het eerst naar school gaan of hun eerste decennium vieren. Voor ál die belangrijke momenten waar ze niet meer bij zal zijn, voor al die momenten die ze zo heeeeel graag had meebeleefd en meegevierd. Maar dat is haar niet gegund.

Ook maakt Caya de afgelopen maanden herinneringsdozen voor haar kleinkinderen met allemaal kleine cadeautjes, herinneringen en foto’s. Met recht schatkistjes voor ‘de rest van hun leven’ opdat ze hun oma nooit zullen vergeten. Ik bekijk de kisten met zoveel moois en ik voel een enorm verdriet door me heen stromen, sterken nog, ik voel mijn wangen nat worden en vraag me af of er voldoende tijd is om de kisten tot aan de nok toe te vullen.

Ze weet het, ze voelt het maar ze WIL NIET. Nog steeds niet en ze vraagt zich af hoe dat dan moet, doodgaan als je niet wilt Ze vraagt het mij en natuurlijk heb ik geen goed of pasklaar antwoord. Ik kan haar alleen vertellen wat mij is opgevallen bij mensen die voor haar in dezelfde situatie zaten.

Ik vertel haar dat ik, bij de één sneller dan bij de ander, (bijna) áltijd een soort samensmelting van lichaam en geest zag. Onafhankelijk van de duur van het ziekzijn, onafhankelijk van de soort ziekte en onafhankelijk van leeftijd.

Het lijkt alsof er een soort ‘capitulatie’ plaatsvond waarbij de vaak nog ‘willende’ of ‘sterke’ geest zich overgeeft aan de natuurlijk behoefte van het lichaam wat zo ziek is…namelijk het willen overlijden. Vaak lees je dat terug in bewoordingen als ‘het is goed zo’ of iets van die strekking. Aan die vier kleine woordjes gaat dus vaak een heel emotioneel proces vooraf.

Caya kijkt me met lege ogen aan en heeft géén idee. Wil ook geen idee hebben, natuurlijk niet…We zijn allebei even heel stil. En dan hebben we het weer even over het zitkussen met opblaasbare cactussen waar ze nu op moet zitten en als ze me die laat zien lachen we heel hard, gewoon omdat het soms zo ontzettend fijn is om te lachen ook als er weinig te lachen valt.

En is al laat en Caya is zichtbaar doodmoe. Ik zeg dat en snel vertelt ze me nog even dat ze lekker weggaan aanstaande zondag, het wordt immers één van de laatste mooie zondagen van dit jaar…en daar wil ze met haar kinderen en kleinkinderen van genieten.

Ik geef haar een dikke knuffel en rij naar huis.
Met een bloedend hart.